page-header

Nierproblemen

Afwijkende nier

In dit stukje wil ik ingaan op de afwijkende nier. Nieren staan niet op zichzelf maar zijn onderdeel van het zgn. urogenitaal apparaat, waartoe, behalve de nieren, ook de ureteren (de afvoerende buisjes van de nieren naar de blaas), de blaas zelf en tenslotte de urethra ( de eigenlijke plasbuis) behoren. Als er iets mis gaat verderop in het urogenitaal apparaat (bv een obstructie of ontsteking) heeft dat ook gevolgen voor de nieren.

Een veel voorkomende bevinding bij de fret, zowel bij klinisch onderzoek als echografie, zijn zgn. cystes in de nieren, blaasjes gevuld met vocht in het weefsel van de nieren. Soms zijn ze overduidelijk te voelen bij palpatie van de buik en kunnen wel tot 2.5 cm in doorsnee zijn. Uit onderzoek blijkt dat 30 tot 40 % van gezonde fretten een of meerdere cystes heeft in een of beide nieren. Men neemt aan dat ze aangeboren zijn. Ze hoeven de functie van de nieren niet te beinvloeden, alleen als ze in grote getale aanwezig zijn (bij het zgn polycystic kidney syndroom, wat we ook kennen van sommige raskatten) en het gaat ten koste van gezond nierweefsel kunnen ze problemen geven. Uit bloedonderzoek moet blijken of ze gevolgen hebben voor de nierfunctie. Als ik ze per toeval tegenkom gaat het meestal om gezonde fretten.

Een fret, meestal ouder dan 4 jaar, kan last krijgen van een verminderde nierfunctie door diverse oorzaken. In een vroeg stadium kan opvallen dat het dier meer drinkt en plast dan normaal, een eerste symptoom. De nieren zijn niet goed meer in staat het vocht vast te houden en maken veel, waterige urine. Om niet uit te drogen gaat het fretje meer drinken. Soms wordt dit eerste stadium niet opgemerkt, zeker als fretten in een groepje samenleven.

Nieren fret

Als de functie verder achteruitgaat kan het fretje gaan afvallen, minder eetlust hebben, meer slapen, bleek worden en omvallen met de achterhand. In een vergevorderd stadium kan ook het bekje gaan ontsteken. Afbraakprodukten van eiwitten die normaliter door de nieren worden uitgescheiden, blijven circuleren in het bloed. Deze produkten vormen in de slijmvliezen van mondholte en maagdarmkanaal ammoniak, wat ontstekingen en zweren veroorzaakt.

Ook de bloedarmoede is dan vaak evident, omdat de aanmaak van nieuwe rode bloedcellen oiv het in de nieren geproduceerde erythropoetine op een laag pitje komt te staan. In dit stadium is eigenlijk de dood nabij.

De oorzaken van nierfalen kunnen divers zijn: een ontsteking (als gevolg van een bacteriele infectie, soms opkruipend vanuit de blaas, chronisch verval van nierweefsel door ouderdom of eiwitneerslagen, een tumor (waaronder ook lymfoom!), Aleutian Disease Virus (gelukkig al een poosje niet in Nederland!). Ook het opeten van een ibuprofen tablet, nog niet zo lang geleden meegemaakt, kan voor de nieren fataal zijn: een tablet van 220mg voor een fret van 1 kg kan dodelijk zijn.

Een andere belangrijke oorzaak voor (acuut) nierfalen is obstructie van de plasbuis door bv een vergrote prostaat of steentjes. Dat laatste kom ik af en toe toch wel tegen bij fretten die kwalitatief slecht kattenvoer of zelfs hondenvoer krijgen. Deze voeders bevatten relatief veel plantaardige eiwitten, die zorgen dat de zuurtegraad van de urine omhoog gaat waardoor er kristallen kunnen ontstaan. Op den duur klitten deze samen en vormen dan kleine steentjes. Bij dieren die gevoerd worden met kwalitatief goede dierlijke eiwitten ontstaat juist een zure urine waarbij de kristallen in oplossing blijven. Het is begrijpelijk dat bij mannelijke dieren met een nauwe plasbuis in de penis eerder problemen ontstaan dan bij vrouwelijke dieren waar alles veel wijder is en een steentje makkelijker uitgeplast kan worden.

De urinebuis is bij mannelijke dieren omgeven door de prostaat. Als deze vergroot is kan door druk de urinebuis worden afgesloten en kan het fretje niet of nog maar moeilijk plassen. Deze situatie zien we ontstaan in geval van bijniertumoren, waarbij onder invloed van geslachtshormonrn de prostaat vergroot, soms als enige symptoom.

Onderzoeken

Hoe kunnn we de functie van de nieren onderzoeken en wat is er mogelijk om een fretje met zieke nieren op de been te houden?

Wat zijn er voor onderzoeken mogelijk en wat kunnen de bevindingen zijn?

1. Bloedonderzoek: in het bloed kunnen we zoeken naar stoffen die normaal door de nieren worden uitgescheiden. Als dat proces niet zo goed lukt zal de concentratie van deze stoffen stijgen in het bloed. Het gaat met name om afbraakprodukten uit de eiwitstofwisseling: ureum en fosfaat en in een later stadium ook creatinine. Deze stijging wordt ook wel niervergiftiging genoemd. De hoeveelheid afbraakprodukten kun je beperken door minder eiwitten in het dieet. Bij katten of honden met nierfalen wordt het zgn nierdieet voorgeschreven met minder eiwit en een aanpassing van de mineralen. Deze dieten zijn echter niet geschikt voor de fret.
Bij fretten is de stofwisseling wb creatinine anders. Bij honden en katten is deze eiwitmetaboliet oa. afhankelijk van het lichaamsgewicht (gerelateerd aan de spiermassa) en de uitscheiding is een passief proces. Bij de fret echter is het een aktief proces en afhankelijk van de voedselopname. Een nuchtere fret of een die al een poosje slecht eet heeft een laag creat, een fret die net gegeten heeft een hoog creat. Echter bij falende nieren in een eindstadium gaat toch de creat omhoog, ook al eet het fretje nauwelijks. Als ik dat vind in het bloed is het al een zorgelijke situatie

2. Urine onderzoek.
Uit de urine is al veel informatie te halen. Wat kunnen we daar zoal in vinden?
– bloed: hoort er normaliter niet in te zitten, indien wel dan kan het bloed uit verschillende plaatsen komen: de nieren zelf (soms als er niercysten zijn), de blaas of de prostaat (bij mannelijke dieren).
– eiwit: een spoortje is normaal, indien verhoogd mogelijk aanwijzing voor ontsteking of eiwitverlies door lekkage in beschadigde nieren.
– zuurtegraad: zegt bij fretten iets over de voeding; hoe beter de kwaliteit van de eiwitten en in voldoende hoeveelheid, hoe zuurder de urine. Bij slecht voer voor de fret, zoals gewoon honden of kattenvoer, gaat de zuurgraad van de urine omhoog en kunnen er blaasstenen en/of gruis ontstaan mat alle ernstige gevolgen van dien.
– leucocyten: ontstekingscellen, deze mogen beperkt aanwezig zijn
– soortelijk gewicht: dit geeft de waterigheid van de urine aan en zegt iets over het concentratievermogen van de nieren. Bij beginnend nierfalen kan veel drinken en plassen een eerste symptoom zijn.

3. ontgenologie: hier maken we vooral gebruik van bij het opsporen van steentjes; deze kunnen in de blaas zitten, in de plasbuis, of soms in het nierbekken.

4. Echografie: dit geeft veel informatie over de vorm van de nieren, de grootte, de dichtheid, evt cystes, de wijdte van het nierbekken. Verder is het een ideaal middel om de blaas in beeld te brengen: hoe ziet de wand er uit, de inhoud, aanwezigheid van stenen.

Behandelingen

Wat zijn nu de mogelijkheden van behandelingen? Helaas zijn we beperkt in de behandeling van nierfalen. Een nierdieet met een beperkte hoeveelheid eiwitten, zoals bij katten en honden, is bij fretten eigenlijk geen optie omdat ze juist behoefte hebben aan een eiwitrijk dieet. Een voedingssupplement zoals sucralfaat helpt om de opname van fosfaat uit de darm af te remmen en daarmee het gehalte ook in het bloed te verlagen. In theorie zou het geven van harttabletten de nierdoorbloeding kunnen verbeteren, ook een optie bij katten met nierfalen, ikzelf denk dat het wel effect heeft.

Als uit urine en bloedonderzoek blijkt dat ook een ontsteking speelt kunnen antibiotica worden ingezet.

Voldoende vochtopname is belangrijk en om het fretje op gewicht te houden en het geven van een dagelijks walthampapje kan daarbij helpen.
Helaas is aan de bloedarmoede die ontstaat bij chronisch nierfalen door het tekort van het hormoon erythropoetine, niet veel te doen.